Selecteer een dag, en ga met de cursor over de teksten voor de bijbehorende biografie.
Donderdag | Vrijdag
Klik hier om te zien waar de dichters optreden
Vrijdag
´gewoon oplossen in gloeiende koffie´
´Ik spring niet´
´Ik heb water mee, en brood,´
´totaal van tijd bevrijd´
´T.i.n.a kan de vrouwelijke mythes feilloos ontrafelen´
´alsof elk moment wordt vastgelegd´
´met gesloten ogen´
´ik stoar yn de scene wêryn´t ik ien ombringe moast´
´Alles gehoord. Goed begrepen.;
´De handen van mijn mama waren zacht als van een meisje´
´vraag ik aan de bediening van het restaurant om een spies en een vleesmes´
´Niets is te dol, en niets is voorhanden´
´Dat lijf! ´
´Wanneer mijn vlees te drogen hangt´
´de vegen op de muur van platgeslagen muggen
´van de dansende stad de oren vol piep´
´het snot en spuug van vroeger drogen op´
´Waardoor slaap je en wat houdt je uit je slaap?´
´Klaaine koamer´
´het opschot uit boswallen zaagde en je dan de verte erachter ´
´Zij geven kleuters sjaals en wollen wanten mee. Bananen.´
´Ik moet nodig op vakantie naar een kamp´
´de dingen waren voller dan zij dacht ´
´wij overleden in kirkuk´
´de fanfare van de Nationale Reserve´
´Onder in de zak wonen stille fantomen´
´Onze gordijnen zijn van kleur verschoten´
´Een boomstronk kronkelt als touw´
´Wat minder ver is dan ik graag mocht dromen´
´al die tijd dat je nooit zei en niets dacht´
´kielhalen riep de kapitein´
´Luister Poes, zeg ik, de krant omvouwend´
´voor wie het altijd bedtijd is´
´je evenwijdig lijf -´
´je wang tegen warm boomschors´
´Pintami manera mi ke mirami´
´dij zien noam nait weerdeg was´
´gekregen in ´86´
´Alles eraan, dat wel. Vingers, tenen´
´uitroeien, plattrappen: het gras is overal. Gras komt altijd terug.´
´Zij zei dat ik mocht starten´
´wie heeft er behoefte aan brood´
´van warme appelen met kaneel, vanille en chocolademelk. Onder de gloed van´
´ik was de grafdelver en de dominee was ik natuurlijk ook´
´monument in het landschap´
´Ik trek witte lakens over de stoelen´
´Brood moet ze, melk, vruchtensap, thee,´
´zeven zoete schuimkoppen´
Wiljan van de Akker (1954) is Hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde te Utrecht en heeft dan ook veel publicaties over Nederlandse poëzie op zijn naam staan. Samen met Esther Jansma vertaalde hij gedichten van de Amerikaan Mark Strand, die werden uitgebracht onder de titel Gedichten eten. In 2008 verscheen zijn poëziedebuut De afstand bij de Arbeiderspers. Hiermee won hij de C. Buddingh´-prijs.
Erik Akkermans (1949) studeerde politieke wetenschappen te Amsterdam en was vanaf 1977 actief in de wereld van kunst en cultuur, momenteel als interim-manager en consultant. Gedichten heeft hij altijd al geschreven. Hij publiceerde onder andere in Trouw. September vorig jaar verscheen in eigen beheer de bundel EnS, een fictieve biografie in tachtig sonnetten.
Rodaan Al Galidi komt uit Irak en woont sinds 1998 in Nederland. Met zijn romans, collumns en gedichten wist hij snel naamsbekendheid te verwerven. Reeds in 2000 won hij de El-Hizjra literatuurprijs. Voor De fiets, de vrouw en de liefde. Gedichten kreeg in 2003 de J.C. Bloemprijs. De herfst van Zorro (2007) werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Zijn meest recente bundel is Digitale hemelvaart (2009).
Djoeke Ardon (1992) nam tijdens haar middelbareschooltijd al actief deel aan literaire wedstrijden. Zo won ze in 2007 Write Now! Toen ze de voorronde in Assen won leverde de tekst het volgende commentaar op van de jury: "Ondanks de beschreven ongemakken van het leven, blijft haar tekst sprankelen en luchtig rondzingen in de hoofden van de juryleden," Dit jaar wist ze door te dringen tot de laatste tien dichters van Doe Maar Dicht Maar.
Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal en Letterkunde te Nijmegen. Publiceerde de laatste jaren fanatiek in allerlei tijdschriften, zo stond ze in Meander Magazine, Krakatau, Digther, OpSpraak Magazine, Op Ruwe Planken alsook in het Brabants Dagblad. Dit jaar staat ze onder andere in De Brakke Hond en Plebs, ook won ze dit jaar de Meander Dichtersprijs 2010.
Marijke Arriëtta (1962) studeerde Nederlands en Algemene Taal Wetenschap te Utrecht en werkte als student. Daarnaast studeerde ze aan de schrijversvakschool ´t Colofon te Amsterdam. De laatste jaren publiceerde ze regelmatig in tijdschriften als Krakatau, Het Liegend Konijn, Noachs Kat en LAVA. Daarnaast was ze veel op podia te vinden, zo trad ze al op in Zaandam, Nieuwegein en Arnhem.
Joost Baars (1975) is geen onbekende binnen poëtisch Nederland. Hij werkte geruime tijd als programmeur en coördinator bij Stichting Perdu, het Amsterdamse poëziepodium. Hij neemt deel aan de poëziepodcast VersSpreken. Poëzie van zijn hand verscheen in verscheidene bloemlezingen en tijdschriften, waaronder Lava, Krakatau en Het liegend konijn.
Gerbrand Bakker (1962) is vooral bekend als de schrijver van Perenbomen bloeien wit (1999), Boven is het stil (2006) en juni (2009). Vooral met Boven is het stil had hij veel succes. Het boek werd in minstens acht talen vertaald en zal worden verfilmd. Recentelijk won de Engelse vertaling de IMPAC. Het is minder bekend dat Bakker ook met enige regelmaat gedichten schrijft. Die gedichten vonden via het literaire tijdschrift Tzum hun weg naar het publiek.
H.C. ten Berge (1938) debuteerde in 1964 met de dichtbundel Poolsneeuw en sindsdien publiceerde hij vele dichtbundels, romans en essays, ook richtte hij het tijdschrift Raster op. Zijn oeuvre werd bekroond met de Constantijn Huygensprijs (1996), de A. Roland Holst-penning (2003) en de P.C. Hooft-prijs (2006). Zijn laatste bundel Hollandse sermoenen verscheen in 2008.
Dominique Bibau (1977) beschrijft zichzelf als iemand met ´Hardcore ADHD´. Zo was hij onder andere leraar, eindredacteur en radiojournalist. Hij publiceerde in verscheidene tijdschriften. Hij zat ook in de finale van de VPRO wedstrijd Duizend woorden (editie 2008-2009). Recentelijk was hij gastheer in Het Penhuis alwaar hij Kees ´t Hart interviewde.
Bart de Block (1978) studeerde Kunstwetenschappen, dat leidde al tot verscheidene publicaties, onder anderen over de Belgische kunstenaar Raphaël Van Lerberghe en de Britse kunstenaar Adam Fuss. Ook vertaalde hij werk van Juliana Spahr. Gedichten van zijn hand verschenen onder meer in De Brakke Hond.
Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met WELCOME HYGIENE waarna de bundels Circulaire systemen (2002) en AUB (2006) volgden. In 2009 verscheen Slalom Sloft waarvoor hij de Herman de Coninckprijs kreeg. Hij schreef ook Verwondingen het gedichtendag essay van 2008.
Pim te Bokkel (1983) studeerde Biotechnologie en Wetenschapsfilosofie. Hij debuteerde in 2007 met de bundel Wie trekt de regen aan, wat hem een nominatie voor de C. Buddingh´ -prijs opleverde. In april van dit jaar verscheen zijn tweede bundel De dingen de dingen de dans en de dingen die uitermate positief werd onthaald in de media.
Mark Boog (1970) debuteerde in 2000 met Alsof er iets gebeurt en sindsdien volgden er nog vier bundels en een viertal romans, daarnaast verscheen er een aantal bibliofiele uitgaven. Zijn grootste succes had hij met De encyclopedie van de grote woorden (2005) waarmee hij de VSB Poëziepijs won. Ook publiceerde hij begin 2008 de gedichtendagbundel Alle dagen zijn van liefde. Dit jaar verscheen zijn nieuwe bundel Er moet sprake zijn van een misverstand.
Anneke Brassinga (1948) debuteerde met de bundel Aurora (1987). Voor haar tweede bundel Landgoed (1989) kreeg ze in 1990 de Herman Gorterprijs. Haar dichtbundel Verschiet (2001) vielen zelfs twee prijzen toe: de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de VSB Poëzieprijs. In 2008 ontving ze de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre. In 2008 verscheen een bundeling essays getiteld Bloeiend puin. In september 2010 zal de poëziebundel Ontij verschijnen.
Delia Bremer (1969) dicht, danst en schildert en is werkzaam voor Delibre, haar eigen Organisatie & Communicatie bureau voor kunst- en cultuurprojecten. In 1992 verscheen in eigen beheer haar bundel Hemelkind. Door de jaren heen publiceerde ze nog enkele (verzamel)bundels en een kinderboek Een koe met schaatsen aan (2000). In 2008 publiceerde ze samen met Ria Westerhuis Minnezinne, een bundel met Drentse erotische poëzie.
Tsead Bruinja (1974) debuteerde in 2000 met de Friestalige bundel De wizers yn it read (De wijzers in het rood). Voor zijn Nederlandstalige debuut Dat het zo hoorde (2003) publiceerde hij nog twee Friestalige bundels. Hierna volgden de bundels elkaar in hoog tempo op en met Overwoekerd (2010) is hij aan zijn vierde Nederlandstalige bundel toe. In 2008 was hij één van de genomineerden voor de functie van Dichter des Vaderland.
Nic Castle won samen met Maxim Roozen de Belcampo-prijs voor jong dichttalent. Drie gedichten van haar hand werden opgenomen in Doe Maar Dicht Maar 2010. In 2007 won ze al een prijs bij Vers van de School der Poëzie, een poëziewedstrijd voor jongeren. Eind januari van dit jaar was ze te gast bij het programma Opium op Radio 1.
Anneke Claus (1979) debuteerde in 2005 met Bonzai! Hiervoor kreeg ze het Belcampo stipendium. Daaruit vloeide de publicatie Kogels zijn Woorden / Woorden zijn kogels, een stemmenspel in dertien delen (2006) voort. Eind 2008 verscheen haar tweede bundel Dat was dat. Begin 2009 werd ze voor een periode van twee jaar stadsdichter van Groningen. Begin 2011 zal Anneke haar stadsdichterschap afsluiten met de bundel Wissen.
Kreek Daey Ouwens (1942) schrijft sinds 1986 gedichten, proza en toneel. In haar hele oeuvre duiken poëtische en verhalende elementen op. Veel van haar werk handelt over familie-achtergronden, jeugd en herinneringen. Ze publiceerde reeds de bundels Stokkevingers (1991), Tegen de kippen en de haan (1995) en Kinderbed (2003). In 2009 verscheen haar jongste bundel De achterkant bij Querido.
Daniël Dee (1975) was in het jaar 2000-2001 samen met Petra Else Jekel de eerste Huisdichter aan de RUG. In 2002 debuteerde hij met 3D – schetsjes van onvermogen. Hierna volgden verscheidene bundels. Dee was vanaf het eerste uur lid van de Dichtclub te Groningen. Na zijn verhuizing naar Rotterdam zette hij aldaar zelf een Dichtclub op. Zijn laatste bundel Monsterproof verscheen eerder dit jaar.
Yerna Van den Driessche (1949) volgde tegelijkertijd de opleiding voor laborante en een toneelopleiding te Gentbrugge. Sinds 2008 is zij afgestuurd aan de Academie voor Muziek en Woord. Ze publiceerde in literaire tijdschriften, waaronder Het Liegend Konijn, Digther en Schoon Schip. In het najaar verschijnt haar debuutbundel: Reconstructie bij uitgeverij P.
Serge van Duijnhoven (1970) kwam in Nederland ter wereld maar woont al jaren in België. Hij is actief als schrijver, dichter en historicus.Van Duijnhoven was de oprichter van het tijdschrift MillenniuM, en hij is frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet. In 1993 vond zijn debuut als dichter plaats met de bundel Het paleis van de slaap. Zijn laatste twee bundels Bloedtest (2003) en Klipdrift (2007) bevatten beide een cd.
Eelke van Es (1979) promoveert in Groningen op de Engelse dichter George Herbert (1593-1633). Hij debuteerde als dichter in het tijdschrift Tzum, waarna al snel publicaties volgden in Liter, Vlaanderen, Plebs, De Gids, Gierik, Schoon Schip, Krakatau en Op Ruwe Planken. Ook op bekende websites als De Contrabas, Krakatau, blue-turns-grey en Deus ex Machina.
Lies Van Gasse (1983). Deze Belgische dichteres schrijft zowel in het Nederlands als in het Italiaans. Ze debuteerde in 2003 in het tijdschrift Deus ex Machina en publiceerde daarna regelmatig in Meander Magazine. In 2005 won ze de Poëzieprijs van de stad Harelbeke.
Simon van der Geest (1978) debuteerde afgelopen jaar met de jeugdroman Geel gras. Daarvoor had de voormalige student aan de HKU reeds een aantal gedichten gepubliceerd in een bloemlezing van jeugdpoëzie: Querido´s poëziespektakel. In Ik wil een naam van chocola, Querido´s poëziespektakel 2 stond al een reeks gedichten over Dissus, een eigentijdse bewerking van de Odysseus. In april van dit jaar debuteerde hij met de gelijknamige bundel bij Querido.
Hélène Gelèns (1967) studeerde wijsbegeerte te Amsterdam. Ze was één van de debutanten in de door Gerrit Komrij geïnitieerde Sandwich reeks. Haar debuut niet beginnen bij het hoofd (2006) werd genomineerd voor de C. Buddingh´-prijs. In 2010 verscheen haar positief ontvangen tweede bundel: Zet af en zweef.
Eva Gerlach (Amsterdam 1948) In 1979 debuteerde Eva Gerlach met de bundel Verder geen leed waarmee ze meteen de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs won. Sindsdien verschenen er meer bundels, waaronder een aantal voor kinderen. Met haar poëzie won ze vele prijzen, waarvan de P.C. Hooftprijs in 2000 het hoogtepunt was. Lange tijd was onduidelijk wie er achter het pseudoniem schuil ging, Komrij meenden velen. Laatstgenoemde onthulde uiteindelijk wel haar echte naam in een bloemlezing.
Edith de Gilde (1945) werkte onder meer als docente Nederlands en had een yogastudio. Naast haar werk als redactrice bij de site Meander schreef ze ook gedichten en analyses voor de internetreeks Klassiekers. Momenteel is ze schrijfcoach. Ze publiceerde in verscheidene tijdschriften en vanaf 2006 tot heden, met een onderbreking in 2009, stond er een gedicht in de Dagkalender van de Poëzie.
Fieke Gosselaar (1982) schrijft gedichten in het Gronings en publiceerde enkele korte verhalen in het Nederlands (onder andere op duizendwoorden.nl). Haar gedichten verschenen regelmatig in het Grunneger tiedschrift Krödde. Ze trad regelmatig op tijdens de Poëziemarathon en bij eerdere edities van Dichters in de Prinsentuin.
Amarantha Groen (1989) studeert filosofie en begaf zich voor enige tijd naar Berlijn. Ze had publicaties in tijdschriften als De Brakke Hond, Meander, Met Andere Zinnen en Krakatau. Ze bracht haar gedichten ten gehore op podia als Perdu – Vers van het Mes en Onbederf´lijk Vers.
Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Hij debuteerde, onder het pseudoniem Jacob der Meistersänger, met de dichtbundel Net Als Vroeger (1970). Recentere bundels zijn Natuurlijke Liefde (1998), Zij Is Er (2002), en Heerlijkheid Van Luchtmetaal (2005). Naast poëzie publiceert hij ook proza en van 1994 tot 1999 was hij redacteur bij De Revisor. Zijn meest recente bundel is Lofzang (2009).
Edwin de Groot (1963) debuteerde in 2008 met de Friestalige bundel SKIP bij Uitgeverij Bornmeer. Daarvoor won hij reeds de Rely Jorritsmaprijs voor poëzie (2006). Dit jaar verschijnen er twee Friestalige bundels van zijn hand en in 2011 hoopt hij zijn eerste Nederlandstalige bundel te kunnen publiceren. Naast zijn eigen poëzie ontfermt hij zich ook over anderen als redacteur bij het Friestalige literaire tijdschrift Ensafh.
Luuk Gruwez (1953) debuteerde in 1973 met Stofzuigergedichten en publiceerde vele bundels. Het gedicht Moeders uit de bundel Lagerwal (2008) werd bekroond met de Herman de Coninck Publieksprijs.
Koos Hagen (1939) was werkzaam als docent Frans en als bedrijfsjournalist. In het dagblad Trouw verschenen columns van zijn hand over het onderwijs. Hij stond in diverse tijdschriften, in Meander Magazine en in de poëziekalender. Bij De Beuk in Amsterdam verscheen zijn bundel Glasscherven, rood (2005), en in dat zelfde jaar verscheen zijn novelle Het bed van Balzac. Hij werd verleden jaar de eerste stadsdichter van Amstelveen.
Jolies Heij (1964) studeerde Duits en woont momenteel in Utrecht alwaar ze actief is bij het Kunsthuis Utrecht. Via schrijftalent.nl publiceerde ze haar debuutbundel Waar zal ik vandaag eens over dichten? Ze nam deel aan workshops van het Utrechtse dichterscollectief "Smaragd" en trad op in diverse café's en theaters. Haar gedicht Griftpark werd gepubliceerd in de bundel Utrecht de stad in gedichten.
Judith Herzberg (1934) debuteerde met haar poëzie in Vrij Nederland (1961), waarna in 1963 haar debuut Zeepost volgde. Vanaf het begin van de jaren zeventig volgden toneel- en tv-stukken, filmscripts en teksten voor musicals. Haar gedichten zijn onder meer in het Duits, Turks en Engels vertaald. In 1988 verscheen bij Oberlin College Press een keuze uit haar poëzie in vertaling onder de titel But what: Selected Poems. In 1997 kreeg ze de P.C. Hooftprijs voor poëzie. Haar laatste bundel Het Vrolijkt verscheen in 2008
Ingmar Heytze (1970) is dichter en schrijver en woont zijn gehele leven al in Utrecht. Hij debuteerde in 1989 met Alleen mijn kat applaudisseert. Sindsdien verschenen er nog tien bundels alsmede enkele prozaboeken. Zijn meest recente bundel is Utrecht voor beginners: de Domstad in 127 gedichten (2009). In dat jaar werd hij ook de eerste stadsdichter van Utrecht.
Gert de Jager (1957) promoveerde in 1992 met het proefschrift Argumenten voor canonisering; de Vijftigers in de dag– en weekbladkritiek 1949—1959 en publiceerde door de jaren heen artikelen over uiteenlopende onderwerpen. Hij was al zo’n twintig jaar actief als dichter en publiceerde onder andere in het Hollands Maandblad, De Revisor en DWB. In 2009 verscheen zijn debuut Sterk zeil dat genomineerd werd voor de C. Buddingh´ – poëzieprijs.
Esther Jansma (1958) is als bijzonder hoogleraar Dendrochronologie en Paleo-ecologie van het Kwartair aan de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. In 1988 debuteerde ze met de bundel Stem onder mijn bed. Haar bundel Hier is de tijd (1998) werd bekroond met de VSB-Poëzieprijs. In 2006 werd ze opnieuw voor die prijs genomineerd met haar bundel Alles is nieuw. In dat jaar verscheen ook haar verzamelde werk Altijd vandaag.
Petra Else Jekel (1980) studeerde Kunstgeschiedenis te Groningen en was samen met Daniël Dee het eerste, en enige, duo huisdichters aan de RuG, dit resulteerde in de bundel Dubbelblind (2001). Daarvoor en daarna publiceerde ze al poëzie in eigen beheer. Eind 2009 debuteerde ze met de bundel Oer.
Jelou (1962) woont te Groningen en sinds 2007 heeft ze de poëzie omarmt. Ze trad enkele malen op, onder meer bij Poesie Parnassi in Jazzcafé De Spieghel. In 2009 publiceerde ze in eigen beheer de bundel Nachtspijs.
Saskia de Jong (1973) debuteerde in 2004 met zoekt vaas dat genomineerd werd voor de C. Buddingh´- poëzieprijs. Haar tweede bundel Resistent (2006) werd eveneens positief ontvangen. Ze kreeg de Gedichtendagprijs 2007 en werd genomineerd voor de Paul Snoek Poëzieprijs. In 2010 verscheen de deugende cirkel, een bundel met poëzie voor kinderen tussen 6 en 9 jaar.
Ingeborg Klarenberg (1988) studeert Aardwetenschappen te Utrecht en maakte haar poëziedebuut in 2006 op een bakfiets in Hoog Catherijne. Al snel volgden meer optredens en publicaties. Ze stond op Onberdf´lijk Vers, het Nijmeegs Boekenfeest en op Festival Mooie Woorden 2010. Publicaties verschenen onder meer in NRCnext, Met Andere Zinnen en Komkommerenkwel. In 2009 won ze de Write Now! voorronde te Nijmegen en in dat jaar werd ze ook genomineerd voor de Meanderdichtersprijs.
Kees Klok (1951) studeerde Geschiedenis te Utrecht en is naast historicus dichter en vertaler. In 1978 debuteerde hij met de bundel De theeman en andere gedichten (i.s.m. Jacques Noorman). Hij vertaalde en maakte bloemlezingen over Griekse taal en cultuur, onder meer over Cypriotische literatuur. Zijn laatste bundel Het is al laat verscheen vorig jaar.
Elmar Kuiper (1969) is psychiatrisch verpleegkundige, beeldend kunstenaar, dichter, performer en filmer. Zijn debuutbundel Hertbyt (2004) werd genomineerd voor de debuutprijs van de Provincie Fryslân. Na een tweede bundel Friese gedichten Ut namme van mysels (2006) verscheen er een bundel met vertalingen in het Nederlands Roep de rottweiler op! (2006). Begin 2010 verscheen de Nederlandstalige bundel Hechtzwaluwen.
Sacha Landkroon (1984) is student Geschiedenis aan de RUG. Hij volgde de werkcolleges van de gastschrijvers Tonnus Oosterhoff en Esther Jansma, bij die laatste verscheen een bloemlezing: Huus (2007), waarin ook gedichten van zijn hand stonden. In 2009 werd hij Huisdichter van de RUG.
Delphine Lecompte (1978) deze Belgische dichteres debuteerde met Engelse verhalen en gedichten op het internet. Hieruit kwam de roman Kittens in the Boiler (2005) voort. In 2009 verscheen de Nederlandstalige debuutbundel De dieren in mij. Hiervoor kreeg ze onlangs de C. Buddingh´-prijs.
Erik Lindner (1968) debuteerde met Tramontane (1996), hierna volgden de bundels Tong en trede en Tafel. Als docent schrijven werkte hij een aantal jaren aan de Rietveld Academie. Hij schrijft recensies voor onder andere De Groene Amsterdammer, Ons Erfdeel en De Reactor. In 2010 verscheen zijn nieuwste bundel Terrein.
Huub van der Lubbe (1953) geniet vooral bekendheid als zanger van de popgroep De Dijk, maar is ook actief als acteur en dichter. Hij publiceerde verscheidene bundels met songteksten, zoals Melkboer met de blues (2002) en Geregeld leven (2003). Ook publiceerde hij, samen met zijn vrienden Jan Robijns en Bart de Ruiter, de dichtbundel Concordia versterkte gedichten (2004).
Are Meijer (1958) is sinds 2003 actief als dichteres en liedschrijver, ze schrijft in het Nederlands, Engels en in het Gronings. Eind 2007 publiceerde ze een bundeling liedteksten, getiteld Een mantel van ijs. Het manuscript van haar roman DOPA werd vijfde bij de wedstrijd Beste Manuscript 2009. In mei 2010 won ze de derde prijs bij de Jotie ´T Hooft Poëzieprijs met het gedicht Huis met de geesten.
Erik Menkveld (1959) debuteerde in 1997 met De karpersimulator waarvoor hij de C. Buddingh´-Prijs én de Van der Hoogtprijs ontving, tevens was hij genomineerd voor de VSB-prijs 1998. De bundel Schapen nu! werd genomineerd voor de Hughes C. Pernathprijs en de J.C. Bloemprijs. In 2005 verscheen Prime time. In 2008 was Menkveld één van de vijf dichters op de shortlist van de verkiezing voor de Dichter des Vaderland.
Willemien Mensinga (1955) is woonachtig te Groningen en sinds 2004 actief als dichteres. In 2005 volgde ze een poëziecursus in het Kunstencentrum te Groningen. Het jaar daarop publiceerde ze in eigen beheer de bundel Vaste grond. De afgelopen jaren deed ze actief mee aan verschillende poëziewedstrijden. Zo prijkte een haiku van haar hand op een sluisdeur in Gorinchem (2006) en zat ze enkele malen bij de laatste tien bij de poëziewedstrijden die tijdens de Poëziemarathon in Groningen georganiseerd worden.
K. Michel (1958) debuteerde in 1989 met Ja! Naakt als de stenen. Hierna volgde Boem de nacht (1994), dat bekroond werd met de Herman Gorterprijs 1995. Zijn bundel Waterstudies (2000) won zowel de Jan Campert-prijs als de VSB Poëzieprijs. Daarna volgden Kleur de schaduwen (2004) en de verhalenbundel In een handpalm (2008). Zijn nieuwste poëziebundel Bij eb is je eiland groter verscheen eerder dit jaar.
Thomas Möhlmann (1975) maakte van de poézie zijn werk als beleidsmedewerker poézie bij het Nederlands Letterenfonds. Ook werkt hij als redacteur bij www.literairnederland.nl en het poézietijdschrift Awater. In 2003 won hij de Dunya Poézieprijs en in 2005 debuteerde hij met De vloeibare jongen, dat genomineerd werd voor de C. Buddingh´- prijs 2006 en werd bekroond met de Lucy B. & C.W. van der Hoogt-prijs 2007 . In 2009 verscheen Kranen open.
Runa de Moudt-Svetlikova (1982) kwam ter wereld in Antwerpen. Ze studeerde voor grafisch ontwerper, maar volgt nu de opleiding literair schrijven aan de Schrijversacademie te Antwerpen.
Nanna Nauta kwam in Gorichem ter wereld, vlak voor de roerige jaren zestig. Hij studeerde Franse taal-en letterkunde en en richtte de literaire salon SAd´E op (Salon Artisanal d´Ecriture). Hij experimenteert met zelf ontwikkelde sonnetvormen en flarfs: een op Google geïnspireerde dichtwijze.
Joost Oomen (1990) studeert Nederlandse Taal en Cultuur aan de RuG en begon als dichter op de slampodia van Boxtel, Amersfoort en Utrecht. Publicaties verschenen reeds op krakatau.nl en in de bundel Dichtslamrap bij uitgeverij Waterstof.
Sarah Oortgijs studeert te Utrecht aan de HKU en schreef onder meer filmscripts voor wedstrijden en werkt aan een filmscript als afstudeerproject. In 2008 publiceerde ze een monoloog en enkele dialogen in: Ik kleur niet goed. Scenes van een nieuwe generatie toneelschrijvers van de Stichting Buitenkunst. In datzelfde jaar publiceerde ze een aantal gedichten in de jeugdpoëzie bloemlezing: Kwam dat zien! Kwam dat zien!
Mishenu Osepa Cicilia (1978) woont op Curaçao, waar ze regelmatig optreedt. Ze schrijft gedichten in het Papiaments. In mei 2009 debuteerde ze met een bundel in eigen beheer getiteld: Librami.
Martijn den Ouden (1983) studeerde in 2009 af aan de Rietveld Academie, afdeling Beeld en Taal. In juni 2010 debuteerde hij bij Querido met Melktanden.
Henk Puister (1953) schreef (en vertaalde) gedichten, liedteksten en verhalen in het Gronings die in verscheidene tijdschriften en bloemlezingen terechtkwamen. In 2001 verscheen Woddels van mien bestoan, een dubbelbundel die hij samen met Henk Smit maakte. Eind 2009 verscheen Bliedschop veur t bezeren, een bundel met de mooiste gedichten uit z´n oeuvre.
Maxim Roozen uit Heemstede won samen met Nic Castle de Belcampo-prijs voor jong dichttalent. Drie gedichten van zijn hand werden opgenomen in de Doe Maar Dicht Maar 2010. Het jaar daarvoor kwam hij op de tweede plaats bij de voorrondes van Write Now! te Leiden, hij kreeg een wild card en won de landelijke wedstrijd.
Sterre van Rossem (1984) schrijft korte verhalen en gedichten en is leider van het artiestencollectief Further Labelz. Aanstaande september zal ze debuteren met een bundel korte verhalen bij uitgeverij Prometheus. Ze had publicaties in het Engelse Desert Fish, maar ook in het tijdschrift Met andere zinnen. Naast al deze activiteiten is ze ook bezig met haar research master Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam.
K. Schippers (1936) is dichter en prozaschrijver. Hij richtte samen met Bernlef het blad Barbarber op in 1958. Enkele jaren later volgde zijn poëziedebuut De waarheid als De Koe (1963). Hierna volgden essays, romans en dichtbundels. Voor zijn beschouwende werk kreeg hij in 1996 de P.C. Hooft-prijs. In 2006 won hij de Libris-prijs voor zijn roman: Waar was je nou. Eerder dit jaar verscheen: De bruid van Marcel Duchamp.
Kees Spiering (1958) schrijft zowel gedichten voor kinderen als voor volwassenen. Sinds 2007 heeft hij daar zijn beroep van gemaakt. In totaal publiceerde hij negen bundels. In 2005 werd zijn bundel Geen houden aan genomineerd voor de Gouden Uil Jeugdliteratuur prijs. De laatste twee jaar verschenen een aantal gedichten van zijn hand in de jeugdpoëzie bloemlezing: Querido´s poëziespektakel.
F. Starik (1958) is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Hij debuteerde als dichter met Nepvuur (1987), snel daarna volgde de bloemlezing Maximaal. Zijn bundel Songloed (2007) werd door de Poëzieclub verkozen tot clubkeuze van het kwartaal. Hij verkreeg veel bekendheid toen hij de Poule des doods oprichtte, een groep dichters van wisselende samenstelling die bij eenzame uitvaarten gedichten schrijft en voordraagt. Zijn achtste bundel Victoria verscheen eind 2009. Begin 2010 werd hij stadsdichter van Amsterdam.
Wouter Steyaert (1982) is woonachtig te Gent en publiceerde poëzie in tijdschriften als Knack en Ballustrada. Hij won de Basiel de Craeneprijs en de Literaire Prijs van de stad Harelbeke. Buiten zijn land had hij ook succes. In Utrecht won hij in 2007 de HC-trofee schrijfwedstrijd. Hij trad ook op bij de festivals Het Huis van de Poëzie en Onbederf´lijk Vers, ook stond hij op Nur Literatur.
Guido Utermark (1960) kwam ter wereld, en woont nog steeds, in Den Haag. Publiceerde ondermeer in Passionate Magazine. In november 2009 verscheen in eigen beheer zijn bundel: Ik ben een stad ommuurd door dromen.
An Vandesompele (1985) is vertaalster Engels-Frans en woonachtig te Gent. Samen met enkele andere Gentenaars richtte ze het poëziecollectief Balein op. In 2007 debuteerde ze op papier in Krakatau en in 2008 eindigde ze op de derde plaats bij de Jotie ´T Hooft Poëzieprijs.
Peter J.R. Vermaat (1963) schrijft sinds 1979 poëzie en stond al in verscheidene tijdschriften, waaronder De Revisor, Meander, Verl@ine, Op Ruwe Planken en Krakatau. In 2008 werd hij genomineerd voor de HC-trofee te Utrecht, die hij in 2009 in ontvangst mocht nemen.
Jos Versteegen publiceerde zijn eerste gedichten al in 1981. Hij debuteerde met de bundel Voorgoed volmaakt (1996) waarop een nominatie voor de C. Buddingh´- prijs volgde. Hierna volgden de bundels Jonge meesters (1998) en Nachtkermis (2001). Na een pauze verschenen de goed ontvangen bundels Slapen bij een warme man (2008) en Zijn overhemden op jouw huid (2010).
Daniël Vis (1988) is vorig jaar actief geworden als dichter en beklom al verscheidene (slam)podia. Zijn eerste succes was het winnen van de KargaDOORslam in 2009.
Tom Van de Voorde (1974) werkte enige tijd als redacteur voor Yang en hij besprak dichtbundels voor De Financieel Economische Tijd. Gedichten van zijn hand verschenen in tijdschriften als Parmentier, Revolver, Rekto Verso en Tirade. Ook vertaalde hij Amerikaanse dichters als Wallace Stevens en Michael Palmer. Vliesgevels filter (2008) is zijn poëziedebuut.
Lammert Voos (1962) debuteerde in 2008 met de, positief ontvangen, bundel Klaai bij De Contrabas. Een gedicht van zijn hand verscheen in de belangwekkende bloemlezing Ik ben een bijl die door Erik Jan Harmens is samengesteld. Voos´ gedichten werden van Muziekkrant Oor tot Trouw goed ontvangen: "Straalt een driftige intensiteit uit" aldus Oor. Begin 2010 verscheen zijn nieuwe bundel: Grensman.
Marjoleine de Vos (1957) is redacteur kunst en columnist bij NRC Handelsblad. Ze schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column. Een selectie uit deze columns werd gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen (2000). In hetzelfde jaar verscheen haar eerste poëziebundel Zeehond graag, later gevolgd door Kat van sneeuw (2003). Beide bundels werden lovend ontvangen, zo werd Zeehond graag genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. Haar laatste bundel is Het waait (2008).
Nyk de Vries studeerde geschiedenis te Groningen en is nu actief als muzikant en schrijver. Hij debuteerde met de roman Rozijnkonijn, later volgde nog Prospero. Zijn poëziedebuut is Motorman & 39 andere prozagedichten, dat zowel in het Fries als in het Nederlands verscheen. Hij werkt nu aan nieuwe prozagedichten en aan de cd-versie van Motorman.
Dorien de Vylder woont in Gent en treedt met regelmaat op. Ze was bij Once upon a festival, Leeg en verschillende open podia in Gent. In 2008 behaalde ze de vijfde plaats bij een stimuleringswedstrijd in Eindhoven. Ze verbleef verleden jaar enige tijd in Spanje en maakte toen van de gelegenheid gebruik om zelf een gedicht naar het Spaans te vertalen.
Hessel van der Wal (1938) Maakte carrière als solocabaretier en vormde daarna met Rob van de Meeberg en Henk Alkema Cabaret Honoloeloe. Daarnaast schreef hij teksten voor anderen, met name Fons Jansen. Als schrijver, speler en regisseur werkte hij voor verschillende projecten. Samen met Martin van Dijk maakte hij een tweetal cd´s. Sa (2000) en ONBEDEKT (2002)
Peter van der Wal raakte geïnspireerd door het werk van de Vlaamse dichter Jotie T´ Hooft (1956-1977) en publiceerde de bundel Kadavertje (2010) waarbij Peter Pontiac de tekeningen voor omslag en binnenwerk verzorgde. Eerder publiceerde Van der Wal de bundels De ondergang van de zon (2006) en de Hongerkunstenaar (2006).
Hein Walter (1962) is dichter en schilder. Hij debuteerde met zijn poëzie in de bloemlezing Aldichter: Almeerse dichters (1998). De jaren daarna volgden enkele tientallen publicaties in velerlei bloemlezingen, onder andere voor Uitgeverij Rainbow Essentials. Regelmatig staat hij met zijn werk in de media, van NRCnext tot de Nederlandse Moslim Omroep.
Nina Werkman (1947) legde zich vanaf 1999 structureler toe op het schrijven van poëzie. Ze schrijft zowel in het Gronings als in het Nederlands. In 2005 werd ze tweede bij een wedstrijd van de Freudentall-Gesellschaft en in 2006 werd ze wederom genomineerd. In 2009 zag haar Groningstalige debuut Wizzelbörg het licht. Een half jaar later verscheen haar Nederlandstalige debuut Antidata (2009), dat werd genomineerd voor de C. Buddingh´–poëzieprijs.
Ria Westerhuis (1959) publiceerde in 2009 samen met Delia Bremer de bundel Minnezinne. Hierin stonden Drentse erotische gedichten. Ze schrijft gedichten en liedteksten in het Drents voor o.a. Gert-Jan Braber. Ook publiceert ze in het tijdschrift Roet. In 2006 ontving ze een prijs van de IJsselakademie in Kampen voor haar gedicht Ruis.
Vera Woldhek stond afgelopen jaar met een gedicht in de bundel van Doe Maar Dicht Maar 2010.
René Wubbolts (1960) woont zo´n beetje z´n hele leven al in Groningen. Gedichten van zijn hand verschenen voor het eerst in de bloemlezing Poëziefestival 1985. In 1992 verscheen in eigen beheer de bundel De jongen met de longen. Ook publiceerde hij in, inmiddels opgeheven, tijdschriften als Schrijver & Caravan en Noach´s Kat. Het laatste jaar was hij regelmatig te gast bij de Dichtclub in Café Marleen.