Selecteer een dag, en ga met de cursor over de teksten voor de bijbehorende biografie.
Donderdag
Vrijdag
Klik hier om te zien wanneer de dichters optreden
Mischa Andriessen (1970) debuteerde in 2008 met de bundel Uitzien met D. Hiervoor ontving hij dit jaar de C. Buddingh'-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2009. Eerder al publiceerde hij eigen werk in de tijdschriften Revisor, Bunker Hill, Deus Ex Machina, Lava, Tzum en de Poëziekrant. Andriessen studeerde in 1995 af als Amerikanist af aan de universiteit van Utrecht en vertaalde ook Amerikaanse poëzie van onder andere: John Ashbery, Michael Palmer en Charles Simic.
Marein Baas is dichter en prozast en als zodanig verbonden aan de Vorlesebuehne, een groep schrijvers die maandelijks nieuw werk brengt in Perdu, Amsterdam, en treedt regelmatig op festivals en poëzieavonden, in kraakpanden, bibliotheken en op rondvaartboten. Zijn poëzie is onder andere te lezen in blue turns grey. Hij won verschillende poetry slams en geeft les in poëzie lezen, schrijven en voordragen.
Maria Barnas (1973) debuteerde als dichteres in 2003 met de bundel Twee zonnen die bekroond werd met de C. Buddingh prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut van 2004 ook werd de bundel genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs 2004. Daarvoor publiceerde ze reeds twee romans Engelen van ijs en De Baadster. In 2008 verscheen haar tweede bundel Er staat een stad op. Ook is ze actief als beeldend kunstenaar en exposeerde ze onder meer in Amsterdam, Parijs en Berlijn.
Abdelkader Benali (1975) kwam in Marokko ter wereld en verhuisde als kind naar Nederland. Hij debuteerde op eenentwintigjarige leeftijd met de roman Bruiloft aan zee, waarvoor hem de Geertjan Lubberhuizenprijs werd toegekend. Zijn tweede roman De langverwachte leverde hem de Libris Literatuurprijs 2003 op en betekende zijn grote doorbraak. In 2006 publiceerde hij met zijn tweede dichtbundel Panacee een selectie uit een grote hoeveelheid gereedliggende verzen.
Voordat Jurre van den Berg (1986) op twintigjarige leeftijd zijn eerste bundel publiceerde als dichter had hij met zijn poëzie al verscheidene prijzen gewonnen, onder andere bij Write Now en Dichter bij 4 mei. In het collegejaar 2005-2006 was hij huisdichter aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij Sociologie studeert, hetgeen resulteerde in de bundel Avondkikkers. In 2007 ontving hij het Hendrik de Vriesstipendium van de stad Groningen en in 2009 debuteerde hij officieel met Binnenvaart.
Catharina Blaauwendraad (1965) werkte eerst als dichteres, poëzie- en prozavertaalster en gastredactrice bij De Tweede Ronde, een kwartaaltijdschrift voor (vertaalde) literatuur. Ook publiceerde ze verscheidene vertalingen van Spaanse boeken, onder andere van Pablo Neruda. In 2004 debuteerde ze als dichteres met de bundel Niet ik beheers de taal. In het voorjaar van 2009 verscheen haar tweede bundel Beroepsgeheim.
Johan de Boose (1962) promoveerde in de Slavische talen en Oost-Europakunde aan de Universiteit van Gent en werkte als journalist, regisseur, acteur, vertaler, docent en radiomaker. Hij woonde een tijd lang in Sint-Petersburg en Krakau en publiceerde naast essays romans, verhalenbundels (waarvan de bundel Noem het middernacht, werd genomineerd voor de Literaire Lente 2007), en de dichtbundels Wegen naar Insomnia (1996), De moed om te falen (2001) en De vrijheid van zwijgen. In 2008 ontving hij de driejaarlijkse Henriette Roland Holst-prijs 2008 voor zijn reisverslag De grensganger.
Hester Borgers (Den Ham) Won dit jaar de derde prijs bij de Groningse voorronde van Write Now met het gedicht Ga zitten en geniet. Volgens oud-stadsdichter Rense Sinkgraven verreweg de beste poëtische inzending.
Pieter Boskma (1956) studeerde culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde in 1984 met de in eigen beheer uitgegeven bundel Virus Virus (in samenwerking met Paul van der Steen). Voor zijn bundel Quest, in 1987 verschenen, werd hij onderscheiden met de Aanmoedigingsprijs voor literair talent van Stichting De Avonden. Inmiddels heeft hij tal van poëziebundels, bibliofiele uitgaven, een roman en een verhalenbundel op zijn naam staan. In 2006 maakte Joost Zwagerman een keuze uit zijn gedichten en in 2008 verscheen zijn jongste bundel Het violette vuur.
Rob Boudestein (1947) begon pas op latere leeftijd met schrijven. Hij is al langere tijd werkzaam als docent economie; de laatste jaren bij een instelling voor HBO te Groningen. Boudestein publiceerde verhalen in vele tijdschriften. Gedichten publiceerde hij in Wel, het Drents letterkundig tijdschrift Roet, Meulenhoffs Dagkalender (2001 en 2004) en de Tuinscheurkalender.
Mariken van de Bovenkamp (1967) bracht haar jeugd door in het land van Maas en Waal. Ze danst, stond in allerlei hoedanigheden op het toneel, schilderde, werkte in de zorg en in talloze andere sectoren en ontdekte het schrijven als grote liefde. Dat ging niet meer over. Mariken draagt regelmatig voor uit haar werk en publiceerde op Meandermagazine, Krakatauonline en in poeziepuntgl.
Machteld Brands was dit jaar de Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen en publiceerde met vaste regelmaat haar gedichten in de UK (Universiteitskrant). Ook deed ze mee aan de Literaire contest Schrijfstrijd die afgelopen jaar plaatsvond in het Usva-theater. Ook trad ze regelmatig op bij, onder andere, Poezie pakt de stad uit, Dichters aan Bodderdaip.
Anne Broeksma (1987) studeert Nederlandse literatuur in Utrecht. Ze schrijft al sinds haar 15e gedichten onder de naam Kamerplant, maar treedt er sinds 2009 ook mee op. Haar voordrachtsdebuut was echter al bij de vorige editie van Dichters in de prinsentuin, waar ze in de loofgangen stiekem van plek wisselde met een niet nader te noemen dichter. Ze deed verschillende poetryslams en dichtpodia aan in Utrecht en omstreken.
Peter WJ Brouwer (1965) is vertaler en schrijver. Brouwer overwoog na zijn middelbare schooltijd een conservatoriumopleiding piano, maar het werd uiteindelijk Duitse Taal- en Letterkunde. Hij studeerde af op de Nederlandse vertalingen van het werk van Franz Kafka. Begin jaren negentig maakte Brouwer professioneel muziek. In die periode heeft hij weinig geschreven, maar pakte in 1998 de draad weer op .Brouwer publiceert regelmatig poëzie in Nederlandse en Vlaamse tijdschriften, waaronder de Tzum, Krakatau en Meander.
Joey Brown (1976) studeerde Germaanse talen en Vertaalwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Brown woont en werkt nog steeds in Antwerpen als leerkracht Nederlands aan een middelbare school. Sinds 2000 is ze lid van het organiserend team van Vlaams literatuurfestival Zuiderzinnen. Ze begeleidt schrijfworkshops, schrijft en vertaalt - al dan niet in opdracht. Sinds kort concentreert ze zich op haar eigen werk: poëzie.
Lilian Caessens (1955) schrijft sinds enkele jaren gedichten en publiceerde reeds in een flink aantal tijdschriften, waaronder: de Contrabas, Krakatau, Komkommer en Kwel, Meander magazine, publicaties in de bundel van dichtslamrap 2007, 2008 en 2009 en bij de poëzieleesroute Amersfoort (mei 2009). Ze trad al op bij Onbederf'lijk Vers (2007) en in Amsterdam, Amersfoort, Maastricht, Utrecht en Groningen.
Anneke Claus (1979) studeerde Romaanse Talen en Culturen te Groningen en is als schrijver met grote regelmaat op vele podia te bewonderen. In 2005 ontving ze het Belcampo Stipendium voor haar poëziedebuut BONZAI!. In 2006 volgde Kogels zijn Woorden / Woorden zijn kogels, een stemmenspel in dertien delen. In 2008 verscheen haar tweede dichtbundel Dat was dat. Onlangs werd Claus voor twee jaar benoemd tot stadsdichter van de gemeente Groningen.
Ellen van de Corput (1988) woont momenteel in Utrecht waar ze Franse Taal & Cultuur en Literatuurwetenschappen studeert. Ze trad onder andere op op Onbederf'lijk Vers, publiceerde in Meander en won enkele schrijfwedstrijden gewonnen: in 2006 haalde ze de finale van de jongeren-schrijfwedstrijd Write now, en verleden jaar won ze de dichtwedstrijd van de High School Music Competition.
Emma Crebolder (1942) werd geboren in Zeeuws-Vlaanderen en studeerde Duitse taal- en letterkunde en, na enkele jaren in Tanzania, Afrikaanse talen en Bantoeïstiek, met als hoofdvak Swahili. Ze was als stadsdichter van Venlo in 1993 de eerste officiële stadsdichter binnen het Nederlandse taalgebied en publiceerde in literaire tijdschriften als De Gids, Maatstaf en Het Liegend Konijn. Voor haar bloemlezing Die Felle…, gedichten over vossen, en voor haar eigen poëzie over dit onderwerp, werd ze door het Reynaertgenootschap opgenomen in de Orde van de Vossenstaart. Begin 2010 verschijnt een nieuwe bundel bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.
Kreek Daey Ouwens (1942) schrijft sinds 1986 gedichten, proza en toneel, met veel onderlinge raakvlakken. In haar hele oeuvre duiken poëtische en verhalende elementen op. Veel van haar werk handelt over familieachtergronden, jeugd en herinneringen. Ze publiceerde reeds de bundels Stokkevingers (1991), Tegen de kippen en de haan (1995) en Kinderbed (2003). Eerder dit jaar verscheen haar jongste bundel De achterkant bij Querido.
Miguel Declercq (1976) publiceerde vele gedichten in tijdschriften als Yang, De Revisor en Parmentier. Na publicatie van een romanfragment in Yang debuteerde hij in 1997 als dichter met de bundel Person@ges, waarvoor hij de Hughes C. Pernathprijs ontving. In 1999 verscheen de roman Wat Chlo overkwam. Daarna verschenen er nog enkele bibliofiele uitgaven zoals Schijnmanoeuvres (2001). Na een stilte van enige jaren publiceert hij weer fanatiek in vele tijdschriften.
André Degen (1963) heeft al vele optredens en publicaties op zijn naam staan. Zijn werk verscheen in tijdschriften als Appel, Tzum en Krakatau. Meerdere malen wist hij honderden inzendingen achter zich te laten bij grote poëziewedstrijden, waarvan de VU-Podium Poëzieprijs de bekendste is. In 2008 behaalde hij de tweede plaats. Begin 2009 verscheen dan eindelijk zijn langverwacht debuut Zavelreis bij Uitgeverij de Kleine Uil.
Jacqueline Duurland Jacqueline Duurland (1955) is van huis uit Cultuurfilosoof en publiceerde in die hoedanigheid artikelen in de 'Happinez' en 'De Volkskrant'. Sinds enige tijd is ze ook actief als dichteres. Ze droeg onder andere gedichten voor bij meerdere edities van de Haarlemse Dichtlijn en bij het Haarlemse Ampzing genootschap.
Melvin van Eldik speelde al een aantal jaren in onder meer de band van de bekende Ska-muzikant Mark Foggo, en werd via het schrijven van liedjes actief als dichter. Hij organiseert en presenteert hij in de Leeuwarder Poëzie Avonden met dichters zoals Sieger M. Geertsma en Tsjêbbe Hettinga en biedt hij in theater De Bres een open podium voor beginnende schrijvers en dichters. Ook zelf staat hij de laatste jaren regelmatig met poëzie op het podium. In 2006 verscheen zijn bundel dryfsandforstinnen.
Anne Feddema (1961) is reeds 25 jaar beeldend kunstenaar. Hij tekent, schildert en maakt grafiek. Hij schrijft tevens gedichten, zowel in het Fries als in het Nederlands, en componeert muziek. Hij trad op van Poetry International tot Oerol en verzorgt een radio column in het Fries voor Omrop Frysln. Hij publiceerde de bundels Slapstickiepenbierings (1997) en Reidhintjse op'e Styx, Waterhoentje op de Styx' (2005) en een bundel met vertalingen van Kurt Schwitters. Momenteel werkt hij aan een derde bundel.
Aly Freije (1944) is werkzaam als docent schrijven en is tevens dichter en publicist. In 2007 won ze de provinciale schrijfwedstrijd met Weerom' en in 2008 won ze met een gedichten cyclus, onder de naam In lichtbundels daanst t stof, de Freudenthalprijs 2008, de oudste en belangrijkste prijs in het hele Nedersaksische taalgebied. Begin april dit jaar verscheen bij Uitgeverij de Kleine Uil haar debuutbundel (Groningstalige) gedichten onder de titel Wondpoeier.
Dennis Gaens (1982) schrijft proza en poëzie en is naast freelance tekstschrijver programmamaker bij Literair Productiehuis de Wintertuin en hoofdredacteur van literair tijdschrift Op Ruwe Planken. Van 2004 tot 2008 maakte hij deel uit van het literair collectief De Mugwumps, waarmee hij multimediale shows verzorgde onder de noemer 'Zapliteratuur' en twee bundels in eigen beheer publiceerde: Gootlanding en Likdit. In april 2009 verschenen korte verhalen van hem in de bundel Het Nieuwe Zwart.
Sieger M.G. (1979) is al jaren actief als dichter en performer. Hij betreedt met zijn werk regelmatig poppodia, van Lowlands tot Battles en van de Melkweg tot het Groningse Simplon, soms samen met nederhoppers als Brainpower, Ali B of VSOP. In 1999 debuteerde hij, in eigen beheer, met De tonen van replica. Zijn officiële debuut was de bundel Straatvluchter (2002), die werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie. In 2006 volgde de bundel Schaduwvechter.
Eva Gerlach (1948) debuteerde dertig jaar geleden met de bundel Verder geen leed waarvoor ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs ontving. Sindsdien verschenen er vele bundels, waaronder enkele voor kinderen. Met haar poëzie won ze vele prijzen, waarvan de PC Hooftprijs in 2000 het hoogtepunt was.
Hans Hagen (1955) was als leraar Nederlands al actief met de taal bezig voor hij schrijver werd. Hij schrijft zowel jeugdpoëzie als jeugdromans en ontving daarvoor reeds verscheidene griffels (één gouden en vier zilveren). Voor de roman Verkocht (2007) kreeg hij de Glazen Globe en de Woutertje Pieterse Prijs. Ook publiceerde hij samen met zijn vrouw Monique Hagen meerdere prentenboeken met poëzie. Hiervan werden Van mij en van jou (2007) genomineerd voor de Gouden Uil jeugdliteratuurprijs.
Anke Herder (1971) studeerde taalbeheersing aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze momenteel werkzaam is. Ze publiceerde enkele gedichten in een verzamelbundel en tijdschrift. Eind 2008 bracht ze in eigen beheer de bundel Binnenstebuiten uit, met daarin schilderijen van Marijke van der Blom, die zich liet inspireren door de gedichten. In datzelfde jaar richtte Anke haar eigen bedrijfje op waarin tekst-beeld-combinaties en persoonlijk ontwerp centraal staan.
Tsjbbe Hettinga (1949) studeerde aan de Pedagogische Academie en studeerde Nederlands en Fries aan de Rijksuniversiteit in Groningen. In 1971 debuteerde Hettinga als winnaar bij een Fries-literaire prijsvraag. Hettinga publiceerde inmiddels meer dan 10 bundels, ook schrijft hij theaterstukken. Voordragen doet Hettinga uit het hoofd om zo goed mogelijk 'in zijn teksten te kunnen zitten' en de gevoelslading zo sterk mogelijk te kunnen vertolken.
Jan Holman (1959) woonde gedurende zijn jeugd in het Groningse Westerkwartier en studeerde in de provinciale hoofdstad. tijdens zijn studietijd schreef hij verhalen, maar de ambities liggen echter bij de poëzie. In 1989 publiceerde hij zijn eerste gedicht in De Zingende Zaag. In 2004 ging hij actiever tijdschriften benaderden en dat leverde publicaties op in de Tzum, De Gekooide Roos, Krakatau en de bundel AlkmaarAnders. In 2007 verscheenn bij Uitgeverij Opwenteling de debuutbundel Dat ik je dan vastleg, een poëtische ontmoeting van Jan Holman en Chris van Lenteren.
Cynthia Helena van der Hoogte (1969) studeerde Literatuurwetenschap en Vertalen Engels, en werkte daarna enkele jaren als vertaler. Sinds 2001 verricht ze vanuit haar tekstbureau redactionele werkzaamheden voor diverse uitgeverijen en bladen. Sinds die tijd schrijft ze ook poëzie. In 2005 en 2008 volgde ze de cursusweek De constructie van een gedicht van Rutger Kopland, die onder de indruk was van zowel haar gedichten als haar manier van voordragen.
Ward van der Houwen (1973) biomedisch technoloog bij het Universitair Medisch Centrum Groningen en dichter. In zijn gedichten bewondert hij de wetenschap, niet alleen om te laten zien dat wetenschap heel erg gaaf is, maar ook vanwege het enorme dédain waarmee vaak tegen wetenschap wordt aangekeken. Van der Houwen trad eerder op bij Dichters in de Prinsentuin, maar ook bij Science center NEMO tijdens het ‘weekend van de sterren’. Ook publiceerde hij meerdere bundels met de Dichters van het Covenant (Van der Houwen, Arjen Nolles en Karel Feenstra).
Egbert Hovenkamp II (1953) schrijft in het Drents en het Nederlands en publiceerde in tijdschriften als Roet, Oeze Volk en Poëzie van de Hunebedden. Ook vertaalt hij gedichten en liedteksten in het Drents. Zijn Drentse versie van Howl (Allen Ginsburg), getiteld Galp, draagt hij regelmatig met veel succes voor. Sinds 2008 is hij stadsdichter van Assen.
René Huigen (1962) werkt als vertaler, romancier, dichter en essayist. Hij debuteerde met een aantal gedichten in De Revisor voordat in 1988 zijn eerste roman, en een jaar later zijn eerste dichtbundel, Paleis der ingewanden verscheen. Daarna volgden de bundels Terra incognita (1990), Laatste gedichten (1994), Monument voor een verzonnen dichter (1999), Geen muziek & geen mysterie (2003, nominatie VSB Poëzieprijs), en Steven! (2005, een episch gedicht). Een keuze uit zijn dichterlijke oeuvre verscheen in 2007 onder de titel Fysica voor dichters.
Lucas Hüsgen (1960) studeerde filosofie te Utrecht, Amsterdam en Nijmegen, en debuteerde in 1992 met de roman Zeehond in wormgat. In 1993 verscheen zijn poëziedebuut Nevels orgel die in 1994 genomineerd werd voor de C. Buddingh'-Prijs. Daarna verschenen meerdere bundels, waarvan Deze rouwmoedige schoonheid genomineerd werd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2006. Ook schreef hij een libretto. Meerdere van zijn gedichten werden muzikaal bewerkt en uitgevoerd.
Sasja Janssen (1968) studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde. Momenteel geeft ze taalles en inburgeringscursussen aan anderstaligen. Met de roman De kamerling debuteerde zij in 2001, waarop in 2005 Teresa zegt volgde. Haar debuut als dichteres verscheen in 2007: de bundel Papaver, die wordt gewaardeerd om het 'weloverwogen poëtisch taalgebruik en fascinerende metaforiek.'
Lotte Jonker(1986) groeide op in Zutphen, maar woont en studeert in Zwolle, waar ze de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening volgt. Daarna wil ze nog een opleiding volgen aan een universiteit of kunstacademie. Sinds eind 2003 schrijft Lotte gedichten. Een aantal verscheen in publicaties van Doe Maar Dicht Maar, DICHTERbij de Zaan en Windesheim Dicht!). Op dit moment is ze huisdichter van Hogeschool Windesheim.
Antoine de Kom (1956), een Nederlandse dichter van Surinaamse herkomst, bracht een deel van zijn jeugd door in Paramaribo. Hij studeerde medicijnen aan de Universiteit Utrecht en werkte lange tijd als psychiater. In 1989 debuteerde hij in het tijdschrift De Gids onder het pseudoniem Raymond Sarucco. Daarna publiceerde hij met regelmaat in De Revisor. In zijn debuutbundel Tropen, verschenen in 1991, komt zijn jeugd in Suriname ter sprake. Dit is ook het geval bij zijn tweede bundel De kilte in Brasilia (1995). Daarna verschenen nog drie bundels waarvan De lieve geur van zijn of haar (2008) de recentste is.
Sinds Gerrit Komrij (1944) in 1968 debuteerde met Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten is hij uitgegroeid tot één van de meest bekende dichters van Nederland. Hij stelde verscheidene, uitgebreide, poëziebloemlezingen samen en was de eerste Dichter des Vaderlands (2000-2004). Momenteel heeft hij vele bundels, boeken en prijzen op zijn naam staan, waaronder de P.C. Hooftprijs, die hij in 2000 ontving. Recenter is de Zilveren griffel (2008) voor De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten.
Rutger Kopland (1934) was na een studie geneeskunde vele jaren als hoogleraar biologische psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden. Hij is één van de populairste naoorlogse dichters en publiceerde bekende bundels als Onder het vee (1966), Het orgeltje van yesterday (1968), Wie wat vindt heeft slecht gezocht (1972) en Over het verlangen naar een sigaret (2001). In 1988 ontving hij de P.C. Hooftprijs. Zijn jongste bundel is Toen ik dit zag (2008).
Wibo Kosters schrijft sinds eind 2005 gedichten, als een soort uitvloeisel van het schrijven van liedjes voor zijn band Cellblock, maar ervoer dat het toch een heel andere tak van sport is. Inmiddels staat hij vaker als dichter dan als muzikant op het podium. Hij publiceert in tijdschriften als Op Ruwe Planken, Opspraak en De Brakke Hond, en treedt met regelmaat succesvol op.
Marc Kregting (1965) is dichter, essayist, prozaschrijver en redacteur. Begin jaren negentig beheerde hij het literaire tijdschrift de Biels. Als pianist en componist verzorgde hij optredens in de jazzfunksfeer. Sinds 1989 publiceert Kregting opstellen, verhalen en gedichten. Hij debuteerde in 1994 met De gezel, een dichtbundel. Daarna volgden diverse romans, poëziebundels en essaybundels, waarvan Dood vogeltje (2006), Laden en lossen (2006) en Zoem! Evoluties (2009) de recentste zijn.
Sjoerd Kuyper (1952) is vooral bekend als schrijver van jeugdboeken, waarvan Het Zakmes (1981) het bekendste is. Ook publiceerde hij liedteksten, onder andere voor de musical Turks Fruit. Poëzie en proza gaan bij Kuyper echter hand in hand. Zijn eerste uitgave was een dichtbundel Gebeden uit de stilte (1969) en sindsdien schreef hij gestaag verder aan een oeuvre dat vele tientallen titels voor zowel kinderen als volwassenen bevat. Onlangs verscheen zijn laatste bundel, September.
Renée Luth (1979) werkte in de jeugdhulpverlening en de psychiatrie, maar is tegenwoordig actief als dichteres en beeldend kunstenaar, twee disciplines die in haar werk regelmatig samenkomen. Sinds enkele jaren is ze in Groningen actief bij de Dichtclub, die iedere eerste woensdag van de maand samenkomt in Café Marleen. Daarnaast publiceert ze ook gedichten in opdracht.
Neeltje Maria Min (1944) publiceerde haar eerste gedichten onder het pseudoniem Sophie Perk en haar eerste gedicht stond in een jeugdrubriek van het Algemeen Dagblad. Nadat haar gedichten halverwege de jaren zestig in De Gids en in Maatstaf verschenen ging het ineens snel: haar debuutbundel Voor wie ik liefheb wil ik heten verscheen in 1966 en werd twintig maal herdrukt. Gestaag schreef ze verder aan haar oeuvre en publiceerde Land en lucht. Almanak voor de R.K. landman (1972), Een vrouw bezoeken (1985), De ballade van Kastor Elim Wolzak (1986) en Kindsbeen (1995). Neeltje Maria Min behoort tot Nederlands bekendste dichteressen.
Harm Hendrik ten Napel (1991) deed dit jaar eindexamen in het VWO. Sinds 2007 is hij serieus bezig met zijn poëzie en dit leverde hem een behoorlijk aantal publicaties en prijzen op. Dit jaar behaalde hij de 3e Prijs bij WriteNow! Voorronde Friesland en de 1e Prijs van de Schrijf je Reis – Gedichtenwedstrijd.
Willem Jan Otten (1951) debuteerde reeds in 1973 met Een zwaluw vol zaagsel en heeft sindsdien een veelzijdig oeuvre opgebouwd: hij schrijft poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken en essays. Voor zijn poëtische werk ontving hij de Jan Campertprijs 1992 (voor Paviljoenen). De bundel Eindaugustuswind werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs 1999. Zijn meest recente bundel is Welkom (2008).
Diana Ozon (1959) studeerde aan de Rietveld academie, verliet die voortijdig, en was eind jaren zeventig spil in de Amsterdamse punkbeweging. Na uitgave van bundels in eigen beheer brak ze begin jaren tachtig door bij uitgeverij Guus Bauer, Bulkboek en De Nacht van de Poëzie. Begin jaren negentig nam ze afscheid van de punk- en kraakbeweging met de bundel Stad sta stil (1993). De jaren erna was ze veel actief op het opkomende internet. In 2005 verscheen haar bundel Bronwater en enkele jaren later richt ze met Bart F.M. Droog en Wil Schmal de band ‘De Drie Boeddha’s’ op. Eerder dit jaar publiceerde ze de bundel Hartspanne, een bundel met liefdesgedichten.
Iduna Paalman ontving eind mei de Belcampo prijs 2009 voor de drie gedichten die ze had ingestuurd naar de Doe Maar Dicht Maar Poëziewedstrijd. De jury merkte over haar gedichten op: ‘Ze durft te experimenteren zonder hierbij aan mooie zinnen en woorden in te boeten en de jury weet zeker dat ze, als ze die eigen stem blijft gebruiken en haar originaliteit blijft uitbouwen, het nog ver gaat schoppen.’ Paalman is ook actief als toneelspeelster en speelde onder andere al op het Jonge Harten Festival.
Elvis Peeters legde zich, na succesvolle tournees met zijn punkband Aroma di Amore, in het begin van de jaren negentig steeds meer toe op het schrijven. Hij schreef theaterstukken, hoorspelen, vertaalde Spoon River Anthology van de Amerikaanse dichter Edgar Lee Master, en schreef verhalen en romans voor volwassenen en voor kinderen. Dat gebeurde veelal in samenwerking met Nicole van Bael en leverde diverse prijzen en nominaties op, zoals onlangs de Zilveren Griffel 2009 voor Meneer Papier en zijn meisje. In 2008 verscheen Peeters poëziedebuut, de bundel Dichter.
Kasper Peters (1973) begon zijn carrière als dichter bij De Dichters uit Epibreren. Aangemoedigd door Tjitse Hofman trad hij voor het eerst op en maakte deel uit van het gezelschap van 1994 tot 1997. In 2004 debuteerde hij met de bundel Hellevaartsdagen en begin dit jaar verscheen Kanaalkoorts. Behalve dichter is hij ook prozaschrijver, dramaturg en toneelspeler, en werkt met het collectief Different Trains aan diverse theatervoorstellingen.
Arnoud Rigter (1978) studeerde af als architect in 2004, maar is sindsdien vooral actief als dichter en beeldend kunstenaar. Hij publiceerde onder meer in eigen beheer de bundel Gruzelemensen (2004). Ook publiceerde hij in vele tijdschriften, waaronder Hollands Maandblad, Deus ex Machina, Ballustrada, De Contrabas en Krakatau, en betreedt regelmatig het podium. Sinds 2007 is hij stadsdichter van Eindhoven.
Hedwig Selles (1968) debuteerde in 2002 met Jaarringen. Net als vele anderen publiceerde ook zij in vele tijdschriften en bloemlezingen, waaronder Meander, de Meulenhoff Poëziekalender, Komkommer en Kwel, De Brakke Hond en Op Ruwe Planken. In 2008 verscheen haar nieuwe bundel IJzerbijt.
Ibrahim Selman (1952) was tot 1980 actief als kunstenaar in Irak en publiceerde onder meer een toneelstuk en een bundel korte verhalen in het Koerdisch. In 1981 arriveerde hij als vluchteling in Nederland, en zette hier zijn carrière voort. Dat resulteerde in (korte) films, romans en gedichten. In 1998 debuteerde hij als dichter met Dans van een bevroren land en in 2007 verscheen bij Uitgeverij Meulenhoff de bundel Dapper hard gezocht.
Tuvit Shlomi won dit jaar de EL Hizjra Literatuurprijs, bedoeld voor Marokkaanse en Arabische talenten in Nederland en België die korte verhalen en poëzie schrijven. Sinds juni 2007 werkzaam als woordvoerder en stafmedewerker bij het CIDI. Tuvit heeft haar Master in Earth System Science behaald aan de universiteit in Wageningen. In het kader van haar studie deed zij onderzoek in de Rode Zee.
Folkert Sierts (1948) doorliep de kunstacademie Minerva te Groningen en legde zicht toe op fotografie, waarmee hij in binnen- en buitenland exposeerde. In zijn werk speelt hij met licht en kleur, en laat veel over aan de interpretatie van de kijker. Sinds het begin van deze eeuw schrijft hij actief Groningstalige poëzie, en publiceerde hij werk in het Groningstalige literaire tijdschrift Krödde.
Edwin Smet (1972) is zelfstandig grafisch vormgever van beroep. Taal, kort tekstwerk en redactionele verzorging vormen daarvan vast onderdeel. Als dichter debuteerde hij in 2005 met de collagebundel Pessoa loopt door de straten van New York. Gedichten van hem werden geselecteerd voor de bloemlezing 25 jaar Nederlandse poëzie (1980 – 2005). In oktober 2008 verscheen Een Landschap en in voorbereiding is Remmen op de Wrijving.
Jürgen Smit is begeleider in een woonvorm voor verstandelijk Gehandicapten. Sinds 2005 houdt hij zich bezig met het schrijven van gedichten en poëzieschetsen, die voornamelijk op eigen weblog en verschillende internet poëziesites verschenen. Ook publiceerde hij in Meander en Opspraak. In 2007 begon hij met optreden en nog steeds staat hij op festivals en slams. Naast deze activiteiten schrijft hij ook nog regelmatig ‘schetsen’ over jong gestorven dichters en publiceert die op http://jurgensmit.blogspot.com onder de titel ‘kort dag’.
Jelmer Soes (1986) schrijft sinds zijn dertiende al gedichten en volgde Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Inmiddels heeft hij reeds drie bundels in eigen beheer gepubliceerd, en werden gedichten van zijn hand opgenomen in Kwam dat zien! Kwam dat zien! Querido’s Poëziespektakel 1, een bloemlezing met jeugdpoëzie samengesteld door Ted van Lieshout. Ook schreef hij in opdracht éénakters, een hoorspel, een jeugdmusical en gedichten.
Marion Spronk (1943) woont in Drente en publiceert sinds 1987 dichtbundels, waarvoor ze haar eigen uitgeverij oprichtte. Inmiddels publiceert ze ook dichtbundels van anderen.
Haar laatste bundel Lapjes Liefde verscheen in 2007.
Martijn Teerlinck studeert Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en richtte er met andere talentvolle dichters en prozaïsten in 2006 het schrijverscollectief Meer Licht op. In 2008 won Martijn Teerlinck het Amsterdams Studenten Festival in de categorie Poëzie. Hij publiceerde in diverse literaire tijdschriften, waaronder Krakatau, Op Ruwe Planken en KRAAI en trad onder meer op tijdens Onbederf'lijk Vers en Woof!.
Hans Tentije (1944) werkte aanvankelijk als docent Nederlands, maar zijn ambities lagen op het literaire vlak. Hij debuteerde in 1975 met de bundel Alles is er. Voor zijn tweede bundel wat ze zei en andere gedichten (1979) ontving hij de Van der Hoogtprijs én de Herman Gorterprijs. Hierna publiceerde hij nog tien dichtbundels, waarvan Deze oogopslag (2004) in 2005 de Guido Gezelleprijs kreeg. Zijn laatste bundel heet In de tussentijd (2008)
Nicole Teunissen (1987) schrijft poëzie en proza. Ze won onder andere prijzen bij Kunstbende, cc de Kern en Write Now. Haar werk werd gepubliceerd in Passionate, Meander, Met andere zinnen, Krakatau en Lava. Momenteel volgt ze de master Redacteur / Editor aan de Universiteit van Amsterdam.
Marc Tritsmans (1959) publiceerde tot nu toe zeven dichtbundels. Hij debuteerde in 1992 met De wetten van de zwaartekracht. Naast zijn reguliere bundels verscheen er ook een bundel van zijn werk in vertaling From Now On. Zijn meest recente bundel Man in het landschap verscheen verleden jaar. Hij publiceert met enige regelmaat in De Gids, Hollands Maandblad, Tirade en de Poëziekrant.
David Troch (1977) studeerde in 1998 af als communicatiebeheerder en was onder andere werkzaam als eindredacteur bij de Gazet van Antwerpen. Met de bundel ultrakorte verhalen tot de sterren gericht debuteert hij in 2002, waarna een jaar later de poëziebundel liefde is een stinkdier, maar de geur went wel en in 2006 verscheen de bundel ontkroond. Hij treedt met grote regelmaat op en publiceert met even grote regelmaat verhalen. Mensen die zich inschrijven op zijn website www.davidtroch.be kunnen bijna wekelijks een nieuw kort verhaal tegemoet zien in de elektronische post.
Han van der Vegt (1961) publiceerde gedichten, verhalen en essays. Veel daarvan is ook op zijn website te bewonderen. Van der Vegt publiceerde zijn eerste dichtbundel Oker in 1993, daarna volgden Pilonder (1999), Ratel & Experimenten (2004) en Exorbitans (2006). Deze laatste bundel bevat één episch gedicht, van ruim 1200 regels, over het ruimteschip Exorbitans.
Marleen van der Velden (1987) studeert Literatuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ze won afgelopen jaar de derde prijs in de voorronde van Write Now! Den Bosch. Verder won ze de eerste prijs in de kortverhalenwedstrijd van CJP met haar verhaal Cogito ergo loquor en de Literatuurstimuleringsprijs Eindhoven.
Jacqueline Verheijen (1980) studeerde Journalistiek en Amerikanistiek en is momenteel werkzaam als tekstschrijver en freelance journalist. Daarnaast is ze ook actief als dichter en verleden jaar stond ze op het poëziefestival Onbederflijk Vers.
Vitalski (1971) is de artiesten naam van Vital Baeken, een zeer veelzijdig kunstenaar. Hij is actief als dichter, romanschrijver, performer, schilder, conferencier, striptekenaar en acteur. Hij woont en werkt te Antwerpen, de invloed daarvan dringt door in zijn werk. In 2005 kreeg hij de Johnny van Doorn-prijs voor de Gesproken Letteren. In 2005 publiceerde hij de dichtbundel Het Gedicht Jongen En Andere Gedichten.
Heike van der Vliet (1985) bracht haar jeugd door in Enschede en studeerde sinds 2003 Kunsten, cultuur en media aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds medio 2006 doet ze daar de research master Literary and Cultural Studies. Op acht jarige leeftijd maakte ze al een eerste bundel met gedichten. Bij De Oare útjouwerij volgden nog Verse Sporen (2001) en Raakvlakte (2006). Vanaf 2006 treed ze ook op en werd haar poëzie bij diverse projecten tentoongesteld.
Andrea Voigt (1968) publiceert romans en gedichten. Ze studeerde Scandinavische taal- en letterkunde in Amsterdam, waar ze nu werkzaam is als vertaler/redacteur. Het boek Taal zonder mij van Kristien Hemmerechts was voor haar de aanleiding om zelf te gaan schrijven. In 2004 debuteerde ze met de gedichtenbundel De tempel van Saturnus. In 2008 verscheen haar tweede bundel Serveer de makrelen. In oktober 2007 publiceerde ze haar eerste roman Augustus in Parijs.
Victor Vroomkoning (1938) studeerde Filosofie en Nederlands en werkte in het onderwijs. Hij debuteerde als dichter in 1983 met de bundel De einder tegemoet en won dat jaar meteen de Pablo-Nerudaprijs. Daarna volgden er meerdere bundels en in 2008 werd zijn verzameld werk uitgegeven Ommezien, gedichten 2008-1983. In september 2006 werd hij de stadsdichter van Nijmegen, datzelfde jaar kreeg hij ook de Karel de Grote-prijs van dezelfde stad.
Elly de Waard (1940) schreef vele jaren over popmuziek voor de Volkskrant en Vrij Nederland. Ze debuteerde in 1978 als dichter met de bundel Afstand. Vanaf haar eerste gedichten maakte ze duidelijk, te pleitten voor een terugkeer naar een lyrische poëzie waarin op directe wijze uiting wordt gegeven aan emoties en gevoelens. Haar gedichten zijn uitermate ritmisch, iets wat ze probeert te versterken door haar gedichten op te nemen en zelf te beluisteren. Inmiddels heeft ze zestien bundels gepubliceerd, de laatste is getiteld Halogeen (2009).
Judith van der Wel (1984) ronde in Groningen Bachelors af in Psychologie en Theologie en studeert momenteel aan de Universiteit van Amsterdam. In Groningen was ze al literair actief. In 2006 volgde ze een poëziecursus bij de Usva en in 2007 volgde ze colleges van RuG-gastschrijfster Esther Jansma. Ook schreef ze poëziebesprekingen voor Intensief Magazine, het tijdschrift van het Groninger Studentenplatform voor levensbeschouwing. Dit jaar won ze in de provincie Noord-Holland de derde prijs bij de schrijfwedstrijd Write Now.
Nina Werkman (1947) woont en werkt in Groningen. Naast gedichten schrijft ze ook toneelstukken en treedt ze op als actrice. Een toevallig gevolgde cursus poëzie schrijven leidde ertoe dat ze met haar eigen werk naar buiten trad. Ze publiceerde vooral in tijdschriften die hun basis in Groningen hebben, zoals Tzum en Noachs kat. Ook staat ze in verscheidene Groningse bloemlezingen. Regelmatig stuurt ze werk in voor poëziewedstrijden. Zo won ze op de Gedichtendag 2007 de gedichtenwedstrijd van de bibliotheek en schrijversschool van Groningen.
Hanne Wilzing (1958) kwam in Oost-Groningen ter wereld en vertrok op zijn 17e naar het westen om daar aan de Sociale Academie te studeren en deed daarna nog vervolgopleidingen theologie, communicatie en marketing. Momenteel woont hij in Amsterdam en werkt voor de Lutherse Diaconie alwaar hij zelfs Groninger diensten organiseert. Hij komt nog met enige regelmaat in Groningen. Toen hij merkte hoe de streektaal veranderde besloot hij ook in het Gronings te gaan schrijven, zelf zegt hij daarover: Het is m’n eerste taal en het helpt grappig genoeg niet alleen om bij vroeger te komen, maar ook bij het hier en nu.